Ik ben in 1963 geboren in Onderdijk, tegenwoordig gemeente Medemblik, als zoon van een bloembollenkweker met een passie voor boetseren. Van mijn vader leerde ik boetseren in klei en was.
Ik begon als autodidact beeldhouwer, tot ik de mogelijkheid kreeg om als restauratiebeeldhouwer te gaan werken. Dit heb ik ruim achttien jaar gedaan, waarvan bijna 15 jaar voor beeldhouwerij Mooy in Amersfoort. Daarnaast ben ik als vrij beeldhouwer werkzaam.
Ik werk het liefst met steen. Steen is een weerbarstig materiaal; het polijst de bewerker net zo hard als andersom. Steen is niet voor de hand liggend, niet iets waar je op je achttiende mee begint. Ik heb er een hele omzwerving voor nodig gehad, langs grafische, theologische en psychiatrische opleiding, via oosterse en westerse mystiek, van landbouw, tuinbouw en hovenierswerk naar restauratie, om uit te komen bij mijn eigen tak van sport.
Een diverse achtergrond wordt een training wanneer in het beeldhouwen alles terugkomt.
Mijn vader was bloembollenkweker en beeldhouwer. Van hem leerde ik hoe belangrijk de kunst van verwondering is. Ook liet hij me zien hoe een droge bloembol, tijdens de saaie droge periode van opslag in de schuur in de herfst, tot in detail de schitterende bloei van het volgend voorjaar voorbereidt. Het is me van onschatbare waarde geweest om dit geduld op mijn eigen leven toe te passen.
Vanuit een behoefte om mijn leven waar te maken ben ik religie gaan onderzoeken. Eerst de westerse theologie, toen de oosterse, om al snel tot de ontdekking te komen dat juist de vergelijking de schijnwerper zet op de overeenkomsten, de kern van alle leringen.
Ik begon met houtsnijden, en bekwaamde me daarin verder in Ecuador. Later leerde ik het vak van restauratiebeeldhouwer. Een training van 18 jaar in een prachtig beroep, waardoor ik allerlei aspecten leerde van vormgeving, stijlen, anatomie, materialen en technische vaardigheden.